AOW en algemene heffingskorting niet-werkende partner
Inhoudsopgave
Wat is de algemene heffingskorting en waarom is deze relevant?
De algemene heffingskorting is een korting op de te betalen inkomstenbelasting. Voor mensen met een laag of geen inkomen kan een deel van deze korting uitbetaald worden. Dit is vooral relevant voor niet-werkende partners, omdat zij zelf geen belasting betalen, maar onder bepaalde voorwaarden toch een deel van deze korting kunnen ontvangen via de belastingafdracht van de werkende partner.
In de praktijk betekent dit dat als jij AOW en pensioen ontvangt en je partner niet werkt, je mogelijk recht hebt op een extra belastingteruggave. Dit kan een aanzienlijk bedrag per jaar schelen in het gezamenlijke huishouden. Lees hier al onze blogs over AOW en heffingskorting:
- AOW en algemene heffingskorting partner.
- heffingskorting aow en pensioen.
- AOW en pensioen belasting bijbetalen.
- hoeveel spaargeld mag je hebben als je aow hebt.
Voor wie geldt deze regeling?
Niet-werkende partners die geboren zijn vóór 1963 kunnen mogelijk een deel van de algemene heffingskorting uitbetaald krijgen. Als de meest verdienende partner voldoende belasting betaalt.
Partners geboren vóór 1963 vallen onder de oude fiscale regels waarbij een “één-inkomensgezinnen” belastingvoordeel kan krijgen. Voor partners geboren na 1963 geldt deze regeling niet meer. De overheid heeft de regeling afgebouwd om de arbeidsparticipatie te stimuleren en gezinnen minder afhankelijk te maken van één inkomen.
De voorwaarden van uitbetaling
Om in aanmerking te komen voor een uitbetaling van de algemene heffingskorting moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan. Als het inkomen van de niet-werkende partner stijgt of als hij of zij later zelf AOW ontvangt, kan de hoogte van de korting worden beïnvloed.
- De partner heeft geen of een laag inkomen, bijvoorbeeld uit deeltijdwerk.
- De partner is geboren vóór 1963.
- De werkende partner betaalt voldoende belasting, omdat de algemene heffingskorting hiermee wordt verrekend.
- Er wordt gezamenlijke belastingaangifte gedaan, zodat de korting correct wordt toegepast.
Dit is de hoogte van de algemene heffingskorting in 2026 zonder AOW
In 2026 bedraagt de maximale algemene heffingskorting € 3.115. Deze korting wordt afgebouwd naarmate het verzamelinkomen stijgt. Voor inkomens tot € 29.739 wordt de volledige heffingskorting toegekend. Vanaf dit inkomen wordt de korting geleidelijk verminderd met 6,4% van het meerdere, en bij een verzamelinkomen van €78.426 of hoger vervalt de heffingskorting volledig.
Hoogte van de algemene heffingskorting in 2026 met AOW
In 2026 bedraagt de maximale algemene heffingskorting € 1.558. Deze korting wordt afgebouwd vanaf € 29.739 met 3,20% van het meerdere. Bij een verzamelinkomen van € 78.426 of hoger vervalt de heffingskorting volledig.
Praktische tips
Houd er rekening mee dat de uitbetaling wordt afgebouwd naarmate de partner ouder wordt en richting de AOW-leeftijd gaat. Controleer daarom jaarlijks via de belastingaangifte op je partner in aanmerking komt. Doe regelmatig een proefberekening en verander het inkomen. Dan is het advies om nogmaals scherp naar de algemene heffingskorting te kijken.
Zo vraag je de algemene heffingskorting aan
Optie 1: via de jaarlijkse belastingaangifte. De Belastingdienst verrekent de korting automatisch na het indienen van de aangifte.
Optie 2: via een voorlopige teruggave. Hierdoor wordt de korting maandelijks uitbetaald in plaats van pas achteraf via de aangifte. Dit kan worden geregeld via Mijn Belastingdienst.

Alvast super bedankt!
Geachte heer Borremans,
De genoemde voorwaarden voor uitbetaling van (een deel van) de algemene heffingskorting zijn mij duidelijk. Echter verandert er iets vanaf aow-leeftijd? Nergens kan ik hierop een helder/duidelijk antwoord vinden. Ook artikel 8.8 en 8.9 van de wet op de inkomsten belasting geeft mij geen duidelijkheid.
Mijn situatie: ik (geboren sep 1957) ontvang dit jaar (2025) volledige aow (ruwweg bruto € 13k- € 14k) + pensioen (ruwweg bruto € 30k). Tesamen dus zo’n 43k bruto. De IB/PVV -/- algemene heffingskorting (ongeveer € 1100) -/- ouderenkorting (€ 2035) resulteert in een te betalen IB/PVV van ruwweg € 5k. Dit is dus ruim voldoende om de heffingskorting aan mijn partner uit te betalen.
Zij is van maart 1958. Zij ontvangt dus sinds kort aow en dat zal dit jaar zo’n € 10k bruto zijn en zij heeft een heel klein pensioentje van € 500 bruto per jaar. Ergo, zij is de minstverdienende partner. De IB/PVV over deze ruwweg 10k is zo’n € 2300 (in deze schatting heb ik al rekening gehouden met het vervallen van de aow premie per maart 2025). De algemene heffingskorting is zo’n € 1790 (immers naar rato een paar maanden de hoge heffingskorting en grootste deel van het jaar lage heffingskorting) en de ouderenkorting € 2035. Oftewel de gecombineerde heffingskorting is (€ 1790 + € 2035 = € 3825). Het lijkt erop dat de belastingdienst niet meer dan genoemde € 2300 kan verrekenen en dus een nihil aanslag over 2025. Ik zou verwachten dat het niet gebruikte deel (€ 3825 -/- € 2300 = € 1525 uitbetaald wordt. Immers ik betaal ruim voldoende belasting om dit mogelijk te maken. Toen wij beiden nog niet de aow leeftijd hadden kreeg zij als minstverdienende partner de algemene heffingskorting wel uitbetaald.
Het lijkt wel alsof de uitbetaling aan de minstverdienende partner stopt zodra deze minstverdienende partner de aow leeftijd bereikt. Ze heeft vanaf aow leeftijd weliswaar een inkomen (lees aow), maar de belasting over dat lage inkomen is te laag om de volledige algemene heffingskorting en ouderenkorting mee te verrekenen.
Het lijkt erop dat de inkomens/belasting situatie van de fiscale partner er niet meer toe doet zodra de minsverdienende partner de aow leeftijd bereikt.
Anders gezegd, wat gebeurt er met het ongebruikte deel van de heffingskortingen zodra de minstverdienende partner de aow leeftijd bereikt en de meestverdienende partner ruim voldoende belasting betaalt (zowel voor als na diens aow leeftijd)?
Beste Herbert, dank voor uw vraag. De overheveling van het niet gebruikte deel van de heffings-/ouderenkorting is erg beperkt. Wellicht dat het schuiven met vermogen bij de aangifte inkomstenbelasting een oplossing biedt. U kunt daarvoor het beste contact opnemen met een belastingadviseur die u daarbij kan begeleiden.
Geachte heer Borremans,
De voorwaarden voor uitbetaling van (een deel van) de algemene heffingskorting zijn mij in grote lijnen duidelijk. Echter, ik kan nergens helder terugvinden of er iets verandert op het moment dat iemand de AOW-leeftijd bereikt.
Mijn vraag gaat over de situatie waarin één partner AOW en aanvullend pensioen ontvangt en voldoende belasting betaalt. De andere partner heeft een beperkt inkomen (alleen AOW) en was tot en met het vorige belastingjaar gerechtigd tot uitbetaling van de algemene heffingskorting via de partnerregeling.
Nu deze minstverdienende partner ook de AOW-leeftijd heeft bereikt, lijkt de belastingdruk over de AOW-uitkering te laag om de volledige algemene heffingskorting én ouderenkorting te kunnen benutten. Kan in zo’n geval het resterende bedrag van de algemene heffingskorting alsnog via de partner worden uitbetaald, zoals voorheen? Of stopt de uitbetaling van de algemene heffingskorting zodra de minstverdienende partner zelf AOW ontvangt, ongeacht het totaal aan belasting dat door de andere partner wordt betaald?
Een vervolgvraag: in welke volgorde worden de heffingskortingen verrekend? Eerst de ouderenkorting of eerst de algemene heffingskorting? Dit is van belang, aangezien de ouderenkorting niet wordt uitbetaald via de partnerregeling, en de volgorde dus invloed kan hebben op de resterende aanspraak.
Tot slot: ik kan nergens een duidelijke bron vinden waaruit blijkt dat de minstverdienende partner jonger dan de AOW-leeftijd moet zijn om nog recht te hebben op uitbetaling van de algemene heffingskorting. Is deze voorwaarde ergens expliciet terug te vinden?
Geachte heer Borremans,
Mijn vrouw en ik zijn 78 en 80 jaar oud.
Ik heb naast mijn AOW een redelijk pensioen en betaal dan ook inkomstenbelasting.
Mijn vrouw heeft alleen AOW en bij haar wordt de heffingskorting niet volledig benut.
Volledig: € 3745.00.
Toegepast: € 2542.00.
Hoe kan ik het verschil uitgekeerd krijgen?
Ik denk b.v. aan overheveling naar mij.
Of moet haar inkomen omhoog gebracht worden op een of andere manier?
Alvast bedankt voor uw reactie.
Beste JJ Palmen. Dank voor uw vraag. Dit is slechts beperkt mogelijk. Ik veronderstel dat u en uw vrouw fiscaal partner zijn. In dat geval biedt het schuiven met inkomen in box 1 en box 3 wellicht soelaas. Eventueel kunt u een belastingadviseur vragen om u hierbij te begeleiden.